M’n ogen zeggen alles

Ik weet het nog goed. In het voorjaar van 1999 deed Bløf in De Piek in Vlissingen een try out voor de Marlboro Flashbacks, een serie concerten waarbij nummers van Doe Maar werden gespeeld. Fotograaf Lex de Meester en ik hingen er rond, omdat we de drukproeven hadden laten zien van ons boek Rijden door de nacht. Drummer Chris Götte vroeg mij daar of ik ook eens wilde kijken naar een manuscript dat hij in zijn bezit had. Een vriend van hem was door een hersenbloeding gehandicapt geraakt en had daarover een boek geschreven. Of ik eens wilde kijken of het wat was. Ik vreesde het ergste. Een boek schrijf je niet zomaar. Als je zelf het idee hebt dat je je verhaal goed hebt verwoord, kan het nog steeds zo zijn dat een ander er niks aan vindt. Chris vertelde het verhaal van zijn vriend Dick van der Heijde. Daarmee had hij samengespeeld in zijn eerste bandje in Zeeland. Dick speelde saxofoon en later ook toetsen. Hij was helemaal gek van symfonische rock. Op 31 augustus 1991 werd hij getroffen door een herseninfarct. Hij was toen 28. Hij raakte verlamd, kon niet meer praten en was spastisch geworden. Hij kon alleen nog met zijn ogen knipperen. Maar zijn verstand werkte nog prima, hij kon alles horen en behoorlijk wat zien. Stel je voor. Hij was opgesloten in zijn eigen lichaam. Dat is ook de medische term voor zijn toestand: locked in syndroom. De meeste mensen die dat hebben overlijden na enkele maanden. Dick niet. Hij heeft geleerd met zijn omgeving te communiceren door met zijn ogen te knipperen. Zo spelt hij letterlijk elk woord. Iemand vraagt: "Eerste rij, tweede rij, derde rij?" Door op het juiste moment te knipperen, geeft Dick aan welke rij hij bedoelt. De rijen staan voor letters. De eerste rij is a tot en met j. Dus is de volgende vraag: "A, b, c,..." Dick knippert bij de juiste letter. Zo kan hij, stukje bij beetje, vertellen wat hem bezighoudt. Zijn boek had hij op die manier bij elkaar geknipperd. M'n ogen zeggen alles, heette het. Chris gaf me het manuscript. Met gemengde gevoelens begon ik er aan. Het schrijven van het boek was op zich natuurlijk een fenomenale prestatie, maar wat als ik straks moest zeggen dat het te slecht was? Ik begon te lezen en werd onmiddellijk gegrepen. De prestatie van Dick was nog groter dan ik dacht. Hij had helemaal de controle weten te houden over het verhaal. Het zat logisch in elkaar, er zat nauwelijks een fout in. Enerzijds was het een beklemmend verhaal, dat de vraag opwierp hoe je zelf zou reageren als zoiets je overkomt. Maar nog belangrijker was het positivisme dat uit het boek spreekt. Bewonderenswaardig. Het muzikale verleden van Dick van der Heijde speelde ook een rol. Dag in dag uit luisterde hij naar symfonische rock. Sterker nog, op een gegeven moment ging hij zelfs recensies schrijven voor gespecialiseerde muziekbladen. Ik ben met het boek de boer opgegaan en wist het onder te brengen bij uitgeverij Ten Have. Chris schreef een voorwoord 'als de ene muzikant die wat voor de andere regelt'. "Iedereen moet het kunnen lezen". schreef hij. "Niks overdreven tsjakka-gedoe, maar een oprecht positieve kijk op het leven waar iedereen, die een keer zijn dag niet heeft, wat aan kan hebben." Najaar 2000 kwam het boek uit. Onder dezelfde titel maakte de Zeeuwse filmmaker Koert Davidse een documentaire over Dick van der Heijde. Hier is de introductie:
En het verhaal kreeg nog een muzikaal staartje waarbij opnieuw iemand van Bløf was betrokken. In 2003 deed de toen veertienjarige Goesenaar Roel Felius mee aan de finale van het Junior Eurovisie Songfestival in Kopenhagen. Zijn liedje heette 'M'n ogen zeggen alles', gebaseerd op het boek van Dick van der Heijde. Voor het opnemen van het nummer kreeg Felius hulp van de uit Oost-Souburg afkomstige toetsenist Jeroen Rietbergen en Paskal Jakobsen. Zo was de cirkel rond. Bekijk de video:
En geloof het of niet, voor dit verhaal had ik geen plek in de biografie Hier 20 jaar Bløf. Daarom staat het op dit blog.
This entry was posted in Nieuws and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

6 Responses to M’n ogen zeggen alles

  1. Eva says:

    Ik ben op zoek naar Dick. Om te weten hou het nu met hem gaat. Maar ook omdat ik al 15 jaar droom van dat prachtige stukje saxofoonmuziek! Wat hij niet meer spelen kan. Maar wat ik zó graag nog eens zou willen horen. Wie kan me helpen?

  2. Jacqueline Boting says:

    Ik heb het boek gelezen toen het pas uit was. Het blijft me nog altijd bij. Ik zou het iedereen willen aanraden.

    • Irma says:

      Ik ben het helemaal met je eens! Een zeer aangrijpend beok, ik heb heel veel respect voor Dick en zijn naaste omgeving.
      Naast het boek, heb ik eveneens de DVD de Diving Bell and the Butterfly, eveneens een aanbeveling.
      Ernst Jan, in het begin van je blog hebben we over dit boek mailcontact gehad, heel fijn om nu je oprechte stuk over je eerste gevoel, over het ontstaan van dit boek te lezen én je interventie dat het tóch echt is uitgebracht!

  3. Ingrid van der Hoeven says:

    Le scaphandre et le papillon (the Diving Bell and the Butterfly), was de keuzefilm van zomergast Dick Swaab en bevat hetzelfde aangrijpende thema. Ontroerende film. Overigens een interessante aflevering van Zomergasten, dus eveneens aan te bevelen.

  4. Wat een mooi en ook aangrijpend verhaal. Door het lezen van dit blog ben ik wel benieuwd naar dat boek. Toch maar eens even langs de bieb. Zonde dat dit verhaal de biografie niet heeft gehaald, maar gelukkig komt het zo alsnog onder de aandacht!

  5. Alexander says:

    Prachtig verhaal inderdaad, ik snap dat je dit kwijt wilt op het blog als het niet in de biografie past, want het is zeker het delen waard 🙂
    Het locked-in syndroom lijkt me verschrikkelijk en ik ben onder de indruk van hoe Dick van der Heijde toch het positivisme dan weet te behouden. Misschien lees ik het boek ooit nog wel een keer, het klinkt zeker het lezen waard.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *