Een schaduw in de schemering: de droom in het werk van Gorki

Deze week begint het Zeeland Nazomerfestival. Negen jaar geleden traden Bløf en Gorki daarop, overigens op verschillende avonden. Voor de PZC schreef Peter Slager een aantal column in de speciale bijlage over het festival. Eén ervan ging over Gorki. Het was een open brief aan zanger/tekstschrijver Luc de Vos, waarin hij enerzijds zijn bewondering uitsprak voor de Belgische band en anderzijds zich verbaasde over de frustratie van De Vos die zich onder meer uitte in laatdunkende opmerkingen aan het adres van Bløf. Nog steeds geldt Gorki bij een aantal mensen als alternatief en dus goed en Bløf als commercieel en dus fout. Gastschrijver Nout van den Neste is fan van beide bands. Eerder schreef hij hier over de droom in de liedjes op Omarm, nu over de droom in het werk van Gorki. En passant toont hij aan dat beide bands meer verwant zijn dat De Vos waarschijnlijk wil toegeven.
Eén van de allermooiste en meest melodieuze Gorki-nummers heet 'Vaarwel Lieveling' uit het album Ik ben aanwezig uit 1998. Toeval of niet, Bløf zou net dit nummer in Ierland, in het Pickering House, opnemen voor een B-kantje voor de single 'Oktober' van het gelijknamige album. Bovendien kan 'Vaarwel Lieveling' als voorbeeld tellen van een oeuvre dat bol staat van het absurdisme, sociale eenzaamheid en uitsluiting, groeiproblemen en, boven alles, de droom en het verlangen naar het onmogelijke.
Het is bij de cover van 'Vaarwel lieveling' van Bløf dat je zowel de verwantschap als de verschillen tussen beide artiesten merkt. De versie van Bløf is gedegen, zonder meer melancholisch en weemoedig, maar niet zo ironisch als die van Gorki en bevat niet dat dubbelpijnlijke verwijt van het origineel aan het eind: "Vaarwel leegloper". Bovendien heeft Paskal Jakobsen zich Luc de Vos zijn grillige zanglijn eigen gemaakt en heeft Bløf de ruwe opname van het origineel wat meer bijgeschaafd. Wat overblijft, is niet meer dan een treurige accordeon, een gitaar, contrabas en brushes. Het resultaat is voortreffelijke, ambachtelijke melancholie, maar je kan nauwelijks ontkennen dat de rauwheid van de oorspronkelijke versie net zo mooi (zo niet, mooier) is. Live kermt Luc de Vos dit nummer soms de afgrond in, (zie ook het door Peter Slager besproken Het beste van Gorki live (2003)) maar op Ik ben aanwezig klinkt het zoals het moet. De Vos fluistert en kreunt meer dan hij zingt, de productie is ruimtelijk met doffe, aarzelende drums die weemoedig en twijfelend voortsjokken met Luc de Vos die op het einde ook nog nauwelijks hoorbaar 'Streams of whiskey' van The Pogues ertussen gooit. Zoveel treurigheid en die ad-lib improvisatie aan het eind, het had van Counting Crows kunnen zijn. De tekst is ongrijpbaar: een verder nooit gedefinieerde "zij" gaan op  "stille schepen" op zoek naar een nieuwe liefde, zij laten alles achter, rijden weg op "kleine brommers" en laten enkel een foto op de schoorsteen van hun moeder achter. Hun afscheidslied is het refrein. De tweede strofe is geschreven vanuit het ik-perspectief, een "ik" die er niet in slaagt om tot zijn meisje door te dringen. Luc de Vos zingt het met de nodige pathos en subtiele ironie waardoor één van de beste one-liners uit het hele Gorki-oeuvre des te harder aankomt: 'Ik zei dat ik voor haar zou sterven/En dat vond ze niet fijn/Zij hield van dieren en van mensen/Die in leven wilden zijn.' Het refrein klinkt nu niet alleen als een afscheidslied maar, bovenal, als een onmogelijk te vervullen verlangen, het verlangen om iets van jezelf achter te laten, om de tijd te stoppen en in te kaderen als een foto en alles te houden zoals het was: 'In mijn hart blijf ik bij jou/In mijn ziel woon ik bij jou/Vaarwel lieveling'. Het is tegelijk tragisch, misschien zelfs overdreven pathetisch, maar tegelijk domweg treffend in al zijn naïviteit. Wat intrigerend is aan dit nummer is hoe die "zij" en "ik" nooit verenigd worden, alsof er een onoverbrugbare kloof gaapt tussen de ik-figuur en de buitenwereld die hij waarneemt. Hij wil weggaan, maar hij wordt verlaten, hij wil deelnemen aan het leven dat hij ziet, maar hij begrijpt het niet. Dat is het probleem van erg veel van Luc de Vos zijn vertellers. In het uitstekende 'Tijdbom', opener van het stevige Vooruitgang (2002) zit iemand gevangen in zijn eigen sterfelijkheid. Dit drijft hem uiteindelijk tot inertie omdat hij de zinloosheid van het bestaan doorziet: 'En omdat die tijdbom hier blijft liggen/Voer ik al jaren niets meer uit/En ondertussen verglijdt mijn tijd hier op aarde/Ik eet mijn bonen en ik beef.'
Er is iets gelijkaardigs aan de hand met 'Schaduw in de schemering', het hoogtepunt van het voor de rest totaal vergetelijke, van mid-tempo’s stikkende Plan B (2004), een negatievere kijk op dezelfde thema’s als Bløfs 'De Geest'. Gedreven door een elektronische drum op stapritme, stelt de verteller zich allerlei existentiële vragen die hij, hetzij met drank of met religie, probeert op te lossen: 'Stoort het als ik drink vannacht?/Stoort als ik rook?/Stoort het als ik praat met de Boeddha?/Stoort het als ik droom?.' Hij kijkt elke dag TV "naar al die rare mensen", maar hij droomt ervan om weg te gaan, naar een land waar het beter is, het beloofde land uit de jaren 60 met de beste muziek, Engeland: 'En ik droom van een meisje, en wij gaan naar Engeland.' Dankzij keyboardeffecten en een resonerende, vertraagde western-gitaar breekt het refrein prachtig open onder de Vos zijn hese, ijl-klinkende stem. Daarin moet hij echter telkens weer vaststellen: 'Wat ik zie, is een schaduw in de schemering/Een schim in het schijnsel van het noorderlicht.' Met andere woorden, de werkelijkheid voelt niet als echt aan. De werkelijkheid is zo absurd als de beelden die hij op TV voorbij ziet komen. Hij heeft geen vat op het leven omdat hij er niet in slaagt iets te doen, om tot actie over te gaan. Of zoals hij het treffend formuleert op 'Red mijn ziel vooral' uit Eindelijk vakantie (2000): 'En op TV is er een film over mij / Over iemand die zit te staren naar de vloer / En vervolgens na een tijd weer verdwijnt.' Die TV kan een symbool zijn voor de consumptiemaatschappij en het kapitalisme die Luc de Vos zowel op zijn albums als in zijn columns en boeken op een heel ironische manier aan de kaak stelt en satirisch bekritiseert. Zo klinkt het uit hetzelfde 'Red mijn ziel vooral': 'De rijken worden mooier/En rijker dan zij droomden/De armen sterven uit/En branden in de hel'. De enige oplossing die dan nog rest is het absurdisme, omdat de werkelijkheid en de Westerse samenleving teleurstelt en omdat in de droom elk onbevredigd verlangen verzadigd wordt, omdat er in de droom effectief dingen gebeuren. Zo kan de wanhoop die 'Monstertje' kenmerkt enkel maar door de droom verdreven worden. In al zijn trage opbouw naar iets heftigs en majestueus is dit slepende nummer verwant aan 'Welkom thuis' van Bløf. De verteller hier is een puber die ergens tussen kindertijd en volwassen zijn twijfelt: 'En diep onder de lakens/Droom ik van de dieren/Die ik meenam naar boven/En die slapen in mijn armen.' De gitaren scheuren en rocken gestaag harder achter De Vos zijn breekbare stem. Kippenvel. Nog mooier, en absurder, wordt het een strofe later wanneer de verteller de avonturen van ene Johnny navertelt, 'Over een aap die kan spreken/ En die slaapt in mijn armen/Kunnen we morgen weer drinken/Is er morgen weer feest.' De drums slaan door, de violen vallen in en het resultaat is één van Gorki’s allermooiste liedjes, vol van breekbaar, onvervuld verlangen naar een ander, beter en bovenal onbereikbaar leven. De zeldzame keren dat een droom toch vervuld wordt, verveelt en ontgoochelt die in al zijn gewoonheid. Dat gebeurt er met 'Joerie', afkomstig van Homo Erectus (2006), een van vette gitaren en dito jaren 80 keyboards voorzien nummer over de legendarische Russische piloot Joeri Gagarin. Die zou zogezegd met de wodka naast hem in de straaljager verongelukt zijn, een legende waar dit nummer gretig op inspeelt. Joeri schiet als een held het luchtruim door met de wodka naast zijn zijde en "nergens is een God te zien". De conclusie is ontnuchterend: 'Beneden staat de wodka klaar/Moeder naait een berenmuts/De winter komt/Meer is er niet.' De verwondering die Joerie ooit had, is hij kwijt geraakt toen zijn droom om te vliegen uitkwam. Ook het stroeve 'In de wolken' lijkt naar Gagarin die door het luchtruim zoeft te verwijzen en die vervolgens beseft: 'Ik had zoveel verwacht/Van dit bestaan/Maar wie had er ooit gedacht/Dat het zo saai zou zijn.' Net zoals Bløf houdt Gorki van een zekere thematische coherentie in zijn albums, ook al zijn die vaak qua toonzetting stukken existentiëler dan Bløf. Het is een ontnuchterende, onoplosbare tegenstrijdigheid in het werk van Gorki: de enige manier om de nutteloze leegte van het bestaan en de consumptiemaatschappij te ontvluchten is de roes, de drank, het nietsdoen, een God waarin niemand nog gelooft, zolang de droom zelf maar nooit vervuld raakt. Wie een droom vervult en in de werkelijkheid brengt, raakt vanzelf ontgoocheld en gedesillusioneerd. Het enige wat dan nog soelaas kan brengen, is de liefde – "Ze komt bij mij vannacht", zo klinkt het vol hoop aan het eind van 'Schaduw in de schemering' – of een geïdealiseerd, nostalgisch verlangen naar het verleden, zoals de piraatradio Veronica op  'Veronica komt naar je toe' uit Voor rijpere jeugd (2008). Opbeurend klinkt dat misschien niet, maar het resultaat is wel een wisselvallig maar interessant oeuvre dat op zijn allerbest uitblinkt in dynamiek en een heel eigen wereldbeeld creëert met scherpzinnige, ironische teksten waarin de dromende nietsdoener zijn stem en misschien wel de betekenis van zijn leven gevonden heeft.
This entry was posted in Nieuws and tagged , , , . Bookmark the permalink.

One Response to Een schaduw in de schemering: de droom in het werk van Gorki

  1. De overeenkomsten over het tekstschrijven snap ik wel tussen beiden. Al zal ik nooit fan van deze band / zanger Luc de Vos worden. Zijn stem vind ik niet fijn om naar te luisteren dus zal niet snel een cd van ze luisteren of een concert bezoeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *